Coachende vaardigheden: wat zijn ze en hoe pas je ze toe?

Coachende vaardigheden zijn gespreksvaardigheden waarmee je mensen helpt om zelf helderder te denken, bewustere keuzes te maken en in actie te komen. De belangrijkste zijn luisteren, samen onderzoeken, structureren, de gewenste situatie verhelderen, passend uitdagen en zelfsturing versterken. Je neemt het probleem niet over, maar helpt de ander er bekwamer mee omgaan.

Een medewerker komt bij zijn leidinggevende:

“Het lukt me niet om mijn collega mee te krijgen in dit project.”

De kans is groot dat het antwoord meteen klaarstaat.

“Heb je al geprobeerd om…?”

“Je zou misschien beter…”

“Ik zou gewoon eens duidelijk zeggen dat…”

Dat is begrijpelijk. Wie ervaring heeft, ziet snel verbanden en mogelijke oplossingen.

Precies daarin zit ook een valkuil: hoe meer expertise je hebt, hoe sneller je kunt beginnen denken in de plaats van de ander.

Coachend werken kiest bewust een andere weg.

Niet meteen:

Hoe los ik dit voor jou op?

Maar eerst:

Wat gebeurt hier precies? Wat wil je bereiken? Wat houdt je tegen? En wat heb je nodig om zelf verder te kunnen?

Daar beginnen coachende vaardigheden.

Inhoud

  • Wat zijn coachende vaardigheden?
  • Waarom is de adviesreflex een valkuil?
  • Wat maakt een gesprek echt coachend?
  • Welke 6 coachende vaardigheden zijn het belangrijkst?
  • Mag je advies geven in een coachend gesprek?
  • Hoe help je iemand werkelijk veranderen?
  • Waarom zijn experimenten zo krachtig?
  • Op welke niveaus kun je coachen?
  • Wanneer coach je en wanneer juist niet?
  • Hoe gebruik je coachende vaardigheden in organisaties?
  • Kun je coachende vaardigheden leren?
  • Hoe coachend ben je zelf?

Wat zijn coachende vaardigheden?

Coachende vaardigheden helpen iemand betekenisvolle vooruitgang te boeken zonder zijn verantwoordelijkheid over te nemen. Een coachend gesprek is doelgericht én versterkt het vermogen van de ander om zelf waar te nemen, na te denken, keuzes te maken en te handelen.

Daarvoor hoef je geen professionele coach te zijn.

Coachvaardigheden zijn nuttig voor vrijwel iedereen die andere mensen begeleidt, aanstuurt of ondersteunt: leidinggevenden, HR- en L&D-professionals, trainers, docenten, consultants, mentoren, projectleiders, zorgprofessionals en collega's.

Twee principes staan centraal.

Coaching is doelgericht

Een coachend gesprek blijft niet alleen stilstaan bij wat fout loopt.

Het onderzoekt ook:

Wat wil je dat er anders wordt?

Daarmee verschuift de aandacht van een probleem dat moet verdwijnen naar een gewenste situatie die iemand kan helpen creëren.

De ander blijft eigenaar

De coachende gesprekspartner kan luisteren, vragen stellen, structureren, feedback geven, uitdagen en expertise inbrengen.

Maar uiteindelijk blijft de ander degene die kiest en handelt.

Dat onderscheidt coachen van overnemen.

Waarom is de adviesreflex een valkuil?

De adviesreflex ontstaat vaak juist bij ervaren professionals. Hoe meer je weet, hoe sneller je een patroon herkent en een oplossing ziet. Alleen is jouw eerste oplossing niet noodzakelijk het antwoord op de werkelijke vraag van de ander.

Stel dat iemand zegt:

“Ik denk eraan om van job te veranderen.”

Je kunt onmiddellijk vacatures, opleidingen of carrièremogelijkheden bespreken.

Maar misschien ligt de echte vraag ergens anders.

Misschien voelt de persoon zich onderbenut. Misschien botst hij voortdurend op zijn leidinggevende. Misschien verlangt hij vooral naar meer autonomie. Of misschien twijfelt hij of hij zelf wel genoeg in huis heeft om een volgende stap te zetten.

Het probleem dat iemand als eerste formuleert, is niet noodzakelijk het vraagstuk waarmee je uiteindelijk moet werken.

Daarom is een eenvoudige coachende regel bijzonder bruikbaar:

Eerst onderzoeken. Dan pas oplossen.

Dat betekent niet dat advies verkeerd is.

Het betekent dat de timing ertoe doet.

Wat maakt een gesprek echt coachend?

Een coachend gesprek combineert twee bewegingen: volgen en leiden. Je volgt de ervaring, woorden en keuzes van de ander, maar je leidt het gesprek door structuur aan te brengen, nieuwe vragen te stellen en waar nodig een ander perspectief binnen te brengen.

Soms wordt coaching voorgesteld alsof een coach alleen maar moet volgen.

De ander vertelt. Jij luistert. De ander bezit alle antwoorden. Jij stelt af en toe een open vraag.

Dat is te beperkt.

Een goed coachend gesprek lijkt eerder op een dans.

Je volgt wanneer je probeert te begrijpen hoe de ander de situatie ervaart.

Je leidt wanneer je vertraagt bij iets belangrijks, structuur aanbrengt, terugkeert naar het doel, een tegenstelling benoemt, feedback geeft of een onverwachte vraag stelt.

De ander blijft eigenaar van zijn situatie en keuzes.

Jij helpt het proces vooruit.

De kunst van coachen is dus niet zo weinig mogelijk invloed hebben. Het is invloed hebben zonder de verantwoordelijkheid over te nemen.

coachende-vaardigheden-volgen-leiden

Welke 6 coachende vaardigheden zijn het belangrijkst?

Zes coachende vaardigheden vormen een sterke basis: werkelijk luisteren, samen onderzoeken, structuur aanbrengen, de gewenste situatie verhelderen, passend uitdagen en zelfsturing versterken. De kracht zit niet in één techniek, maar in het kunnen combineren ervan op het juiste moment.

1. Werkelijk luisteren

Luisteren klinkt eenvoudig totdat je erop begint te letten wat er tijdens een gesprek allemaal in je eigen hoofd gebeurt.

Terwijl de ander praat, denk jij misschien:

Dat herken ik.

Hij moet duidelijker grenzen stellen.

Daar heeft ze al vaker last van gehad.

Ik weet precies wat hier speelt.

Goed luisteren vraagt dat je zulke gedachten kunt opmerken zonder ze meteen de leiding over het gesprek te geven.

Je luistert bovendien niet alleen naar woorden.

Je merkt waar iemand vertraagt. Welke woorden telkens terugkomen. Wanneer plots energie verschijnt. Waar irritatie voelbaar wordt. Wat snel wordt weggelachen. Waar woorden en lichaamstaal niet helemaal hetzelfde lijken te vertellen.

Je hoeft daar niet onmiddellijk een verklaring voor te vinden.

Soms is een eenvoudige observatie sterker:

“Wanneer je over die mogelijkheid spreekt, verandert er iets in je stem. Merk je dat zelf?”

Luisteren is dus niet wachten tot jij weer aan de beurt bent.

Goed luisteren helpt de ander zichzelf beter horen.

2. Samen onderzoeken en krachtige vragen stellen

Een coachend gesprek is geen vragenvuur.

Een krachtiger uitgangspunt is:

We weten nog niet precies wat hier speelt. Laten we het samen onderzoeken.

Je kunt bijvoorbeeld vragen:

“Wat gebeurt er precies?”

“Wanneer gebeurt dit vooral?”

“Wanneer lukt het juist wél?”

“Wat heb je al geprobeerd?”

“Wat maakt dit zo belangrijk voor jou?”

“Welke aanname maak je hier misschien?”

“Wat zie je mogelijk nog niet?”

Sommige antwoorden kende de ander al.

Andere ontstaan pas tijdens het gesprek.

Dat is belangrijk. Coachend werken hoeft niet te vertrekken vanuit de overtuiging dat iemand ergens diep vanbinnen al het perfecte antwoord bezit.

Nieuwe inzichten kunnen ontstaan doordat twee mensen samen iets onderzoeken.

3. Structuur aanbrengen

Mensen brengen hun vraag zelden netjes geordend mee.

Ze beginnen bij gisteren, springen naar drie jaar geleden, vertellen over hun leidinggevende, maken een zijsprong naar hun partner en komen vervolgens terug bij die ene vergadering.

Een belangrijke coachvaardigheid is daarom informatie ordenen zonder het verhaal van de ander over te nemen.

Bijvoorbeeld:

“Als ik het goed begrijp, spelen hier eigenlijk drie dingen tegelijk.”

Of:

“Enerzijds wil je meer verantwoordelijkheid. Anderzijds merk je dat je terughoudend wordt zodra je ze krijgt.”

Of:

“Je zegt dat het vooral over tijdsdruk gaat. Tegelijk heb je nu drie keer verteld dat je bang bent iemand teleur te stellen. Zullen we daar eens naar kijken?”

Een goede samenvatting doet meer dan herhalen.

Ze maakt zichtbaar wat voordien verspreid over het gesprek lag.

4. De gewenste situatie helder krijgen

Mensen weten vaak veel beter wat ze niet meer willen dan wat ze wél willen.

“Ik wil minder stress.”

“Ik wil stoppen met uitstellen.”

“Ik wil niet telkens dichtklappen.”

Een coachend gesprek helpt onderzoeken wat daarvoor in de plaats moet komen.

“Wat wil je wél?”

“Hoe zou je willen reageren?”

“Wat zou er concreet anders gebeuren?”

“Waaraan zou je merken dat er iets veranderd is?”

“Ik wil assertiever worden” wordt bijvoorbeeld veel bruikbaarder wanneer iemand zegt:

“Tijdens onze volgende projectvergadering wil ik mijn bezwaar benoemen zonder me daarna vijf minuten te verantwoorden.”

Nu ontstaat iets waarop iemand kan handelen en waarop later kan worden teruggekeken.

Een gewenste situatie maakt van een klacht een richting.

5. Passend uitdagen

Een coachend gesprek moet veilig genoeg zijn om eerlijk te kunnen onderzoeken.

Maar veilig betekent niet hetzelfde als comfortabel.

Wanneer je alleen vragen stelt waarop iemand toch al het antwoord kent, gebeurt er weinig.

Soms ontstaat ontwikkeling doordat je een verschil binnenbrengt.

“Je zegt een paar keer dat je geen keuze hebt. Mag ik dat even ter discussie stellen?”

Of:

“Wat zou iemand die hier totaal anders naar kijkt zien wat jij nu niet ziet?”

Of:

“Ik heb een andere kijk op wat je vertelt. Wil je die horen?”

Daar ontstaat een belangrijke balans.

Te weinig verschil geeft bevestiging zonder beweging.

Te veel verschil geeft weerstand of afsluiting.

Goede coaching zoekt het gebied ertussen: voldoende verbinding om iets te durven onderzoeken en voldoende uitdaging om iets nieuws te kunnen ontdekken.

Warmte en scherpte kunnen prima samengaan.

6. Zelfsturing versterken

Misschien is dit wel de belangrijkste coachende vaardigheid.

Een goed gesprek helpt iemand namelijk niet alleen met het probleem van vandaag.

Het kan hem ook bekwamer maken in het omgaan met problemen van morgen.

Daarvoor is het nuttig onderscheid te maken tussen wat iemand doet en hoe iemand zichzelf stuurt terwijl hij het doet.

Iemand wil bijvoorbeeld ander werk vinden.

Dat is het wat.

Maar hoe pakt hij moeilijke keuzes aan?

Blijft hij eindeloos informatie verzamelen?

Wacht hij tot hij honderd procent zekerheid voelt?

Haakt hij af zodra twijfel verschijnt?

Vraagt hij voortdurend bevestiging?

Probeert hij alles alleen op te lossen?

Dat is zelfsturing.

Coachvragen kunnen dan zijn:

“Hoe pak jij moeilijke beslissingen meestal aan?”

“Wat doe je zodra twijfel opkomt?”

“Wat in je huidige aanpak helpt je?”

“Waardoor loop je telkens opnieuw vast?”

“Welke andere manier van aanpakken zou je kunnen oefenen?”

Goede coaching helpt iemand dus niet alleen één vraagstuk oplossen. Ze vergroot zijn vermogen om zichzelf te begeleiden.

Dat idee van zelfsturing is ook een belangrijke pijler binnen ontwikkelingsgericht coachen en het Vorkmodel.

Mag je advies geven in een coachend gesprek?

Ja. Coachend werken betekent niet dat je je kennis moet verbergen. Advies kan waardevol zijn wanneer je het als mogelijkheid inbrengt en de ander vrij blijft om ermee te denken, het aan te passen of het naast zich neer te leggen.

De regel dat een coach nooit advies mag geven, is te absoluut.

Zeker wanneer coachende vaardigheden deel uitmaken van een andere professionele rol.

Een leidinggevende kent de organisatie.

Een HR-professional kent procedures en mogelijkheden.

Een consultant beschikt over vakkennis.

Een trainer kent modellen en methoden.

Het zou merkwaardig zijn die expertise kunstmatig buiten het gesprek te houden.

Vergelijk:

“Wat je moet doen, is…”

met:

“Ik heb een mogelijke kijk hierop. Wil je die horen?”

In het tweede geval blijft advies onderdeel van het denkproces.

Daarna kun je opnieuw vragen:

“Wat doet dit bij jou?”

“Wat daarvan is bruikbaar?”

“Wat zou jij anders aanpakken?”

Expertise en coaching zijn dus geen tegenpolen.

De relevante vraag is of jouw expertise het denken van de ander stimuleert of vervangt.

Hoe help je iemand werkelijk veranderen?

Verandering gaat niet alleen over stoppen met ongewenst gedrag. In een coachend gesprek is het nuttig drie bewegingen te onderzoeken: wat wil iemand behouden, wat wil hij creëren en wat mag hij loslaten? Daardoor wordt verandering minder zwart-wit en meer afgestemd op wat al waardevol is.

Stel dat iemand voortdurend controleert of collega's hun werk correct uitvoeren.

“Je moet leren loslaten” klinkt logisch.

Maar misschien bevat het huidige gedrag ook iets waardevols: zorgvuldigheid, verantwoordelijkheidsgevoel of kwaliteitsbewustzijn.

Een rijker gesprek onderzoekt drie vragen.

Wat wil je behouden?

Welke kwaliteit uit de huidige situatie wil je absoluut meenemen?

Wat wil je creëren?

Welke nieuwe vaardigheid, keuze of manier van reageren wil je toevoegen?

Wat mag je loslaten?

Welke aanpak had ooit een functie, maar belemmert je inmiddels?

De leidinggevende uit het voorbeeld kan zijn kwaliteitsbewustzijn behouden, leren eerder vertrouwen te geven én geleidelijk de noodzaak loslaten om alles persoonlijk te controleren.

Dat is een rijkere verandering dan simpelweg het tegenovergestelde proberen te doen.

De huidige situatie is immers vaak niet zomaar een fout. Ze kan het resultaat zijn van een aanpak die ooit nuttig was.

Waarom zijn experimenten zo krachtig in coaching?

Een goede volgende stap hoeft niet meteen dé oplossing te zijn. Een kleine actie kan ook een experiment zijn waarmee iemand nieuwe informatie verzamelt over zichzelf, zijn omgeving of de haalbaarheid van een keuze. Daardoor wordt handelen ook leren.

Stel dat iemand twijfelt of leidinggeven bij hem past.

Je kunt proberen die vraag tijdens één gesprek definitief te beantwoorden.

Maar je kunt ook vragen:

“Welke ervaring zou je de komende weken kunnen organiseren waardoor je hier meer over te weten komt?”

Misschien leidt hij tijdelijk een project.

Misschien begeleidt hij een nieuwe collega.

Misschien spreekt hij met drie leidinggevenden over hun dagelijkse realiteit.

Misschien houdt hij twee weken bij welke aspecten van leidinggeven hem energie geven en welke energie kosten.

De actie is dan niet alleen bedoeld om onmiddellijk resultaat te behalen.

Ze levert informatie op.

Dat heeft een interessant gevolg:

een experiment kan mislukken en toch waardevol zijn.

Iemand heeft zijn doel misschien niet bereikt, maar wel iets ontdekt waardoor de volgende stap beter wordt.

Coachend werken wordt daarmee minder:

bedenk de perfecte oplossing en voer ze uit

en meer:

zet een betekenisvolle stap, kijk wat er gebeurt en leer daarvan.

Op welke niveaus kun je coachen?

Een coachvraag kan op verschillende niveaus liggen. Binnen ontwikkelingsgericht coachen kun je onder meer kijken naar het concrete resultaat, de zelfsturing van de persoon, zijn identiteit en de ruimere context waarvan hij deel uitmaakt. Niet elk probleem kan namelijk op hetzelfde niveau worden opgelost.

Een medewerker zegt bijvoorbeeld:

“Ik moet assertiever worden.”

Waar zit het vraagstuk precies?

1. Resultaat: wat wil je bereiken?

Waar sta je nu?

Waar wil je naartoe?

Wat zou er zichtbaar anders zijn?

Welke volgende stap wil je zetten?

2. Zelfsturing: hoe pak je het aan?

Wat doe je wanneer spanning ontstaat?

Welke strategie gebruik je?

Wat werkt daarin?

Welk patroon zorgt ervoor dat je telkens opnieuw vastloopt?

3. Identiteit: wie ben je hierin?

Wat is voor jou werkelijk belangrijk?

Welke kant van jezelf komt hier onder druk?

Wie wil je in deze situatie zijn?

Past het doel dat je nastreeft bij wie je wilt zijn?

4. Context: van welk groter geheel maak je deel uit?

Mensen functioneren nooit los van hun omgeving.

Ze maken deel uit van relaties, teams, organisaties, beroepsgroepen en culturen.

Misschien moet die medewerker inderdaad assertiever leren spreken.

Maar misschien werkt hij ook in een team waarin afwijkende meningen systematisch worden afgestraft.

Dan is individuele assertiviteit slechts een deel van het verhaal.

Goede coaching voorkomt dat ieder probleem automatisch wordt herleid tot een tekortkoming van het individu.

Soms moet de persoon bewegen.

Soms moet ook de context bespreekbaar worden.

Meer over deze vier ontwikkelingssporen vind je bij het Vorkmodel van ontwikkelingsgericht coachen.

coachende-vaardigheden-vier-lenzen-HOI

Wanneer coach je en wanneer juist niet?

Niet ieder gesprek vraagt coaching. Informeer wanneer informatie ontbreekt, instrueer wanneer iemand iets nog moet leren, adviseer wanneer jouw expertise nuttig is, beslis wanneer jouw rol dat vereist en coach wanneer de ander gebaat is bij zelf onderzoeken, kiezen en verantwoordelijkheid nemen.

Wie eenmaal coachende gesprekstechnieken kent, loopt soms in een nieuwe valkuil: overal coaching van maken.

Een nieuwe medewerker vraagt:

“Hoe dien ik deze aanvraag in?”

“Hoe zou jij dat zelf aanpakken?” is dan geen briljante coachvraag.

Leg het gewoon uit.

Een medewerker zegt daarentegen:

“Ik controleer elke beslissing opnieuw bij jou omdat ik bang ben fouten te maken.”

Daar ligt wél een interessante coachvraag.

Je professionele repertoire bestaat daarom idealiter uit verschillende manieren van begeleiden:

  • Informeren: iemand mist kennis.
  • Instrueren: iemand moet leren hoe iets uitgevoerd wordt.
  • Adviseren: jouw expertise kan helpen.
  • Feedback geven: iemand heeft informatie nodig over zijn gedrag of effect.
  • Beslissen of begrenzen: jouw rol vereist duidelijkheid.
  • Coachen: zelf onderzoeken, kiezen, leren en verantwoordelijkheid nemen zijn belangrijk.

De kunst is dus niet om altijd te coachen.

De kunst is kunnen schakelen.

Hoe gebruik je coachende vaardigheden in organisaties?

Coachende vaardigheden zijn in organisaties vooral waardevol waar ontwikkeling en resultaat elkaar ontmoeten. Ze helpen leidinggevenden, HR-professionals, trainers en experts om mensen niet onnodig afhankelijk te maken en tegelijk voldoende richting, expertise en uitdaging te bieden.

Coachende vaardigheden voor leidinggevenden

Een medewerker komt met een probleem.

De snelste oplossing is vaak dat de leidinggevende het zelf oplost.

Dat werkt.

Tot de volgende keer.

Wanneer dat patroon zich vaak herhaalt, ontstaat iets merkwaardigs: hoe behulpzamer de leidinggevende wordt, hoe afhankelijker medewerkers kunnen worden.

Een coachende leidinggevende vraagt daarom bijvoorbeeld:

“Hoe kijk jij er zelf naar?”

“Welke opties zie je?”

“Wat stel jij voor?”

“Waar zit je twijfel?”

“Waarover wil je mijn advies?”

“Wat ga jij nu doen?”

Coachend leiderschap betekent niet minder leiderschap. Richting geven, verwachtingen verduidelijken en begrenzen blijven nodig.

Het gaat om duidelijke kaders combineren met ruimte voor zelfstandig denken en handelen.

Wie dit verder wil verdiepen, vindt in onze kennisbank ook het boek Coachend Leiderschap.

Coachende vaardigheden voor HR en L&D

HR- en L&D-professionals voeren voortdurend gesprekken over ontwikkeling, functioneren, motivatie, loopbaan en leren.

Daarbij ligt een oplossing soms snel klaar:

een opleiding,

een competentiemodel,

een coach,

een mobiliteitstraject,

een ontwikkelplan.

Coachend werken voegt eerst andere vragen toe:

Wat probeert deze persoon werkelijk te bereiken?

Wat maakt dat vandaag moeilijk?

Wat kan hij zelf ontwikkelen?

Wat vraagt de context?

En voor L&D is één vraag bijzonder interessant:

Is dit eigenlijk wel een leerprobleem?

Niet ieder performanceprobleem wordt opgelost door iemand naar een opleiding te sturen.

Coachende vaardigheden voor trainers en docenten

De klassieke vraag na een uitleg is:

“Heb je het begrepen?”

Maar begrijpen is nog geen toepassen.

Coachende vragen gaan een stap verder:

“Waar herken je dit in je eigen praktijk?”

“Wanneer wordt dit voor jou moeilijk?”

“Wat zou je anders kunnen proberen?”

“Welke situatie biedt je deze week een goede oefenkans?”

Zo stopt leren niet wanneer de opleiding eindigt.

De praktijk wordt onderdeel van het leerproces.

Coachende vaardigheden voor consultants en experts

Experts worden juist ingeschakeld omdat ze iets weten.

Toch is de inhoudelijk beste oplossing niet noodzakelijk de oplossing die daadwerkelijk wordt uitgevoerd.

Een advies dat de klant niet begrijpt, ondersteunt of kan toepassen, blijft papier.

Een consultant kan daarom naast:

“Dit is mijn aanbeveling.”

ook vragen:

“Hoe kijk jij hiernaar?”

“Wat betekent dit in jullie context?”

“Waar verwacht je weerstand?”

“Wat hebben jullie nodig om dit werkelijk uit te voeren?”

Expertise en coaching versterken elkaar wanneer kennis niet simpelweg wordt afgeleverd, maar wordt verbonden met het denken en handelen van de klant.

Kun je coachende vaardigheden leren?

Ja, maar coachvaardigheden ontwikkel je vooral door te oefenen. Kennis over vragen stellen, luisteren of feedback helpt, maar het echte leerproces ontstaat wanneer je gesprekken voert, feedback krijgt en je eigen automatische patronen leert herkennen en bijsturen.

Je kunt honderd krachtige coachvragen uit het hoofd leren en toch geen goed coachend gesprek voeren.

Want de echte uitdaging zit in het moment.

Kun je blijven luisteren wanneer je zelf het antwoord denkt te kennen?

Durf je stilte te laten vallen?

Merk je wanneer je begint te overtuigen?

Kun je een patroon benoemen zonder iemand erop vast te pinnen?

Kun je advies geven en daarna het eigenaarschap terugleggen?

Kun je iemand uitdagen zonder het contact te verliezen?

Kun je herkennen wanneer verder vragen niets meer toevoegt en het tijd wordt om te handelen?

Daarom is een degelijke opleiding coachende vaardigheden in de eerste plaats een training.

Uitleg is nodig.

Maar demonstreren, oefenen, observeren, feedback krijgen en opnieuw proberen maken het verschil.

Hoe coachend ben je zelf?

Een coachend gesprek is geslaagd wanneer de ander na afloop meer helderheid, keuzevrijheid en vermogen tot handelen heeft. Een betere maatstaf dan het aantal vragen dat jij stelde, is daarom hoeveel beter de ander na het gesprek zelfstandig verder kan.

Gebruik na een belangrijk gesprek bijvoorbeeld deze vragen:

  • Heb ik eerst geprobeerd te begrijpen voordat ik oplossingen gaf?
  • Heeft de ander door ons gesprek iets nieuws gezien?
  • Heb ik geholpen structuur aan te brengen?
  • Heb ik ruimte gelaten voor het denken van de ander?
  • Heb ik waar nodig feedback, verschil of een nieuw perspectief ingebracht?
  • Is duidelijker geworden wat de gewenste situatie is?
  • Heeft de ander een concrete volgende stap of experiment?
  • Heeft hij ook iets geleerd over zijn eigen manier van aanpakken?
  • Is het eigenaarschap bij hem gebleven?

En misschien de krachtigste vraag van allemaal:

Kan deze persoon na ons gesprek iets beter verder zonder mij?

Wanneer het antwoord ja is, ben je waarschijnlijk behoorlijk coachend bezig geweest.

Wat is de essentie van coachende vaardigheden?

Coachend werken betekent dat je mensen helpt beter waar te nemen, denken, kiezen, handelen en leren. Daarvoor combineer je luisteren met richting, autonomie met structuur, veiligheid met uitdaging en expertise met nieuwsgierigheid. Het doel is niet dat iemand jou vaker nodig heeft, maar dat hij zichzelf steeds beter kan sturen.

Coachend werken is dus niet gewoon goed luisteren.

Het is evenmin eindeloos vragen stellen.

En het betekent zeker niet dat je als deskundige niets meer mag inbrengen.

De meest waardevolle coachende gesprekken combineren juist schijnbare tegenstellingen:

Luisteren én richting geven.

Veiligheid én uitdaging.

Autonomie én structuur.

Reflectie én actie.

Expertise én nieuwsgierigheid.

De persoon volgen én het proces helpen leiden.

Daarmee help je mensen niet alleen met de vraag die vandaag voorligt.

Je helpt hen bekwamer worden in de manier waarop ze met volgende vragen omgaan.

En precies daarom zijn coachende vaardigheden te belangrijk om alleen aan professionele coaches over te laten.

Opleiding coachende vaardigheden voor organisaties

Organisaties kunnen coachende vaardigheden ontwikkelen bij professionals die regelmatig anderen begeleiden, aansturen of helpen groeien. Een goede opleiding richt zich niet alleen op gesprekstechnieken, maar vooral op het toepassen ervan in herkenbare situaties uit de eigen werkomgeving.

Coachende vaardigheden worden pas echt waardevol wanneer mensen ze ook onder druk kunnen gebruiken.

Wanneer een medewerker vastloopt.

Wanneer iemand meteen een oplossing vraagt.

Wanneer een ontwikkelgesprek aan de oppervlakte blijft.

Wanneer feedback gevoelig ligt.

Wanneer iemand meer verantwoordelijkheid kan opnemen.

Of wanneer een ervaren professional zelf zo snel het antwoord ziet dat hij dreigt het denkwerk over te nemen.

Het Ontwikkelingsinstituut leidt al meer dan dertig jaar coaches op. Die ervaring vertalen we ook naar praktijkgerichte opleidingen coachende vaardigheden voor organisaties.

Onder meer voor:

  • leidinggevenden en people managers;
  • HR- en L&D-professionals;
  • interne coaches en mentoren;
  • trainers, docenten en opleiders;
  • consultants en adviseurs;
  • project- en teamverantwoordelijken;
  • professionals in zorg, welzijn en begeleiding;
  • andere professionals voor wie ontwikkelingsgerichte gesprekken deel uitmaken van hun werk.

Afhankelijk van de organisatie kunnen thema's aan bod komen zoals luisteren, krachtige vragen stellen, gespreksstructuur, feedback, zelfsturing, coachend leiderschap, omgaan met de adviesreflex en het vertalen van inzichten naar concrete actie.

De opleiding wordt afgestemd op de context, doelgroep en situaties waarmee deelnemers daadwerkelijk te maken krijgen.

Wil je coachende vaardigheden sterker verankeren in jouw organisatie? Bekijk onze opleidingen coachende vaardigheden voor organisaties of neem contact op met Het Ontwikkelingsinstituut.

coachende-vaardigheden-opleiding